Jagersvereniging      SINT  HUYBRECHTSGILDE      Van Antwerpen

Sint Huybrechtsgilde Intro Nieuws Kalender Contact Foto's Links

Standregels


Artikel I

Het aloude gild van Sinte Huibregt(nu genaamd Sint Huybrechtsgilde), dat reeds bestond voor de jaren 1500 (gekonfirmeerd door de Bisschop van Kamerryck in 1537 en goedgekeurd door burgemeester,Schepenen en raad van Antwerpen op 30 october 1587) werd in 1956 heropgericht en op 30 september 1958 voorzien van de volgende standregelen, door de aanwezige comiteleden besproken, goedgekeurd en gehandtekend.


Artikel II

De Gilde stelt zich tot doel, zoals vroeger, al de liefhebbers en beoefenaars van de jacht te verbroederen.


Artikel III

De Gilde heeft zijn zetel ter Pastorij van de Sint Caroluskerk te Antwerpen.


Artikel IV

De leden van deze Gilde,(vroeger “Gildemeesters” genaamd voor deze leden van de Raad en “Gildebroeders” als het de leden betreft) zullen zoveel mogelijk, volgens de tijdsomstandigheden, de gebruiken en de gewoonten van de Gilde naleven.


Artikel V

Om deel uit te maken van de Gilde moet de kandidaat voorgesteld worden door twee Gildebroeders. Na onderzoek zal het college van Gildemeesters beslissen over de aanvaarding of verwerping van de kandidatuur, zonder evenwel de reden van verwerping te moeten rechtvaardigen. Door zijn aanvraag om als Gildebroeder te worden aangenomen, verbindt de kandidaat zich te tegenwoordige standregels te eerbiedigenen na te leven.  Elke Gildebroeder is vrij om zich uit de Gilde terug te trekken, mits indienen van een schriftelijk ontslag.

Het college van Gildemeesters behoudt zich het recht voor om een lid te ontslaan.


Artikel VI

De jaarlijkse bijdragen, de bijdrage voor het leven en het inkomrecht worden door het college van Gildemeesters vastgesteld en worden zonder voorbehoud aan de Gilde afgestaan. Een Gildebroeder is vrij ten titel van bijdrage, een hogere som te betalen, of giften te doen.

Beschermende leden mogen ten alle tijden aanvaard worden door de Gilderaad zonder zich te moeten onderwerpen aan de bepalingen van Artikel V, alinea 1, van deze standregels. Alle giften moeten onderworpen worden aan de goedkeuring van het college van Gildemeesters.


Artikel VII

De Gilde wordt bestuurd door ten minste tien Gildemeesters, gekozen door de Gildebroeders.  Het College van Gildemeesters benoemt de Deken (zoals gebruikelijk was bij het ontstaan van de Gilde, later werd ook Kapelaan ten velde, twee oudermans of onderdekens, de schrijver (of sekretaris), de penningmeester en vier of meer raadsleden. De duur van het mandaat van elk der Gildemeesters is drie jaar.


De Pastoor van de Sint Caroluskerk te Antwerpen is ambtshalve Kapelaan van de Gilde.  Bij ziekte of overlijden of enige andere reden blijft deze taak verbonden aan de Sint Caroluskerk.  Het College van Gildemeesters bepaalt een rol tot aftreden, zodat elk jaar één derde van de leden van het College vervangen wordt. De aftredende Gildemeesters zijn slechts na verloop van één jaar herkiesbaar.


De aftredende Deken ontvangt de titel Eredeken.


De Deken vergadert het College zo dikwijls als hij het nodig oordeelt voor de belangen van de Gilde. De Deken zal het College bijeenroepen op verzoek van de kapelaan ten velde of op de gezamelijke vraag van minimum één derde van de leden van het College.


Artikel VIII

De Algemene Vergadering der Gildebroeders zal jaarlijks plaatsvinden op de tweede dinsdag van de maand februari.

De Algemene vergadering zal gehouden worden op initiatief van het College der Gildemeesters, op de plaats en het uur door de bijeenroeping aangeduid en volgens de dagorde die door het College zal worden opgesteld.


Deze vergadering zal steeds gevolgd worden door de feestelijkheden, waarbij “het dineren in broederschappelijke jachtstemming in de eer van Sinte Huibregt” dus smakelijke plichtplegingen en een feestmaal het onderdeel van vormen.(Voorheen was er zo voorzien:”buiten het geval van bedlegerig zijn, mocht iemand de nodiging ter maaltijd afwijzen, op kost van zes stuivers ten bate van de altaartafel”)


Het College van Gildemeesters zal bij deze gelegenheid verslag geven aan de Algemene Vergadering over het verlopen jaar en zal eveneens de verhandelingen en besprekingen leiden, nuttig tot de groei en bloei van de Gilde.

Eén vijfde van de Gildebroeders kan een Algemene Vergadering aanvragen mits schriftelijk de Deken hieromtrent te verzoeken.


Artikel IX

Bij het afsterven van een Gildebroeder kan een solemnele dienst ter zijner zielerust in Sint Carolus gecelebreerd worden in samenspraak met de familieleden van de overledene.

Alle Gildebroeders zullen tracten zoveel mogelijk aannwezig te zijn.


Artikel X

Bij ontbinding zal het bezit van de Gilde van rechtswege aan de Kerkafbriek van Sint Carolus te Antwerpen toekomen, betrachtend het doel van de Gilde:’De verering van Sint Hubertus” te bestendigen.


Artikel XI

Jaarlijks zal het feest van Sint Hubertus met grote luister gevierd worden. Een solomnele mis, met offer, op initiatief van de Kapelaan ten velde, zal gecelebreerd worden in de Sint Caroluskerk waarbij alle Gildebroeders zullen trachten zoveel mogelijk aanwezig te zijn.

Toevoegsel aan artikel V    31 maart 1981)

Worden toegelaten als sympatisant lid: “De echtgenoten van leden, de weduwen van leden en ander sympatisanten, op voorwaarde dat zij eveneens voorgedragen worden door twee Gildebroeders. Na onderzoek zal het College van Gildemeesters beslissen over de aanvaarding of verwerping van de kandidatuur, zonder de reden verwerping te moeten rechtvaardigen. Zij betalen een jaarbijdrage, maar geen inkomrecht. Zij hebben geen stemrecht of andere rechten.


Toevoegsel aan artikel VII    (14 februari 1984)

Een Gildebroeder kan slechts als Gildemeester verkiesbaar worden na drie jaar onafgebroken lidmaatschap.